Artikel 4
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. wanneer een lid ophoudt te bestaan of door het faillissement van een lid;
b. door schriftelijke opzegging door het lid.
Het lidmaatschap houdt dan op met het einde van het boekjaar, waarin is opgezegd, mits de opzegging tenminste twee maanden vóór het einde van dat boekjaar is gedaan; anders houdt het op met het einde van het volgende boekjaar; het bestuur kan dispensatie geven van de termijn van twee maanden;
c. door schriftelijke opzegging door de algemene vergadering. Deze opzegging kan gedaan worden wanneer een lid niet meer voldoet aan de vereisten, die door de statuten voor het lidmaatschap zijn gesteld en bovendien wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
d. door ontzetting.
Deze wordt door de algemene vergadering uitgesproken, alleen wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
2. Bij ontzetting geeft het bestuur het betrokken lid ten spoedigste bij aangetekend schrijven kennis van het besluit, met opgaaf van redenen.
Een besluit als genoemd in lid 1 letter c en d kan slechts worden genomen in een vergadering, waarin tenminste twee/derde gedeelte der leden aanwezig is; is het vereiste aantal niet aanwezig dan kan daarover in een volgende vergadering, ongeacht het aantal aanwezige leden, met gewone meerderheid van stemmen worden beslist.
3. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt, blijft de contributie over het gehele boekjaar verschuldigd. Het bestuur kan daarvan dispensatie geven.